Informatie Ziek Zijn

Kan keren of hoe een arts patiënt wordt

Een huisartsenpraktijk waar veel gelachen wordt? Bij dokter Rudy wel. Maar het lachen verging hem. Met de diagnose kanker, belandde hij ongenadig op de patiëntenstoel!

Tekst: Bea De Rouck - Foto's: Stef Dehantschutter - 15 september 2021
Rudy Van Giel: "Over alles openlijk praten maakt de dingen zoveel eenvoudiger en je bespaart jezelf heel veel angst en schaamte.

 

Ja dokter, neen dokter
“Je bent er niet op voorbereid om ineens aan de andere kant te belanden. Nooit ziek geweest. En als je bijna 70 wordt gebeurt het. Wèg zijn de aanlokkelijke pensioenplannen.
Dan die diagnose! Nu ben ik natuurlijk nog altijd een dokter en weet over een heleboel dingen wel wat. Maar kanker! Hoe je het behandelt en wat je mag verwachten: daar tastte ik toch wel in het duister. Ik moest gewoon mijn collega’s geloven. De controle uit handen geven en naar hèn luisteren. Als zij zegden dat er moest worden geopereerd, dan legde ik mij daar bij neer. Ik mocht al van geluk spreken dat er niet over bestraling, chemo en hormoontherapie werd gesproken!
De diagnose te horen krijgen? Jij klapt in één slag dicht terwijl zij nog bezig zijn met hun horribele opsomming: wegsnijden, erectionele dysfunctie, oedeemopzwelling van de benen, uitzaaiingen, CT- en botscann, incontinentie, pilletjes tegen al die dingen. De hele riedel in twee minuten. Nutteloos overigens, want jij hoort ‘kanker’ en voor de rest hoor je niets meer. Vandaar mijn advies: ga nooit alleen naar zo’n consultatie. Het is meestal niet te behappen wat er op zo’n moment tegen je wordt gezegd. Of je nu medisch geschoold bent of niet!”

“Je hoort ‘kanker’ en voor de rest hoor je niets meer.”

Het is zoet zot te doen wanneer het gepast is
“De laatste jaren als huisarts waren hectisch. Mijn praktijk lag in een volkse wijk bij de Brugse Poort in Gent. Er kwamen zo’n 86 nationaliteiten over de vloer. Zwarten met hun aanstekelijke lach. Islamieten die er niet om maalden dat ik homo was. Wie dat wel deed kwam niet. Er werd enorm veel gelachen in mijn praktijk. Ik ben een vrolijke kerel. Lachen als het zich voordoet. Dat is zowat mijn levensmotto vanaf mijn humanioratijd. Gehaald bij Horatius.
Ik kreeg heel veel mensen met kanker over de vloer. Prostaatkanker ook. Maar geen één heeft ooit met een woord over incontinentie gerept.”

Pleidooi voor openheid
“Alles onder de gordel valt zwaar voor de heren. Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Dan krijg je het en je kan er niet over praten! Hoe eng is dat! Zelf ben ik op een leeftijd gekomen dat ik niets meer hoef weg te steken. Over alles openlijk praten maakt de dingen zoveel eenvoudiger. Je anticipeert op wat er mogelijk gebeurt en je bespaart jezelf heel veel angst en schaamte. Dat is wat ik ook heb gedaan in mijn boek. Zonder blad voor de mond pen ik het neer: hoe ik de mokerslag prostaatkanker moest incasseren, geopereerd werd door uitmuntende collega’s maar naar enige afdoende nazorg kon fluiten. En hoe ik een hele lijdensweg heb afgelegd met als rode draad een excessief incontinentieprobleem. Weken, maanden ging ik ‘nat’ en ‘gepamperd’ door het leven. Vreemd toch dat geen van mijn patiënten met prostaatkanker ooit met één woord over dit mogelijke ‘euvel’ repte? En dat terwijl mijn praktijk toch laagdrempelig was. Patiënten die mij met dokter Rudy of kortaf Rudy aanspraken. Mij tutoyeerden. En er zoveel gelachen werd!”

“Vreemd toch dat geen van mijn patiënten met prostaatkanker ooit met één woord over incontinentie repte?"

Doodvonnis?
“Ik las het boek van Warner Prevoo. Echte dokters huilen ook. Hij krijgt de diagnose longkanker en verhuist dus naar het kamp van de patiënt. Nu hij geen doktersjas meer draagt worden emoties en angsten, fysiek lijden, het isolement, reacties van de omgeving zijn deel. Hij adviseert zijn collega’s nooit nog tegen een patiënt te zeggen dat je hem begrijpt. Want dat doe je niet zolang je het niet zelf meemaakt. Je doet je best, dat wel.
‘Kanker gaat niet over dood’ zegt hij ‘maar over dood gààn’. Met cijfers en statistieken je patiënt overtuigen? Niet doen! Wanneer je niet ziek bent, vind je die 5% die eraan sterft, best meevallen. Krijg je zelf de diagnose dan wordt die 5% een beangstigende realiteit. Ook jij kan één van die 5% zijn. De kans dat je homo bent is ook maar 5%. En kijk naar mij … ik val ook weer in de prijzen.
Hetzelfde geldt voor euthanasie. Toen ik pas ziek verklaard was, bracht ik meteen alles in orde. Een aanrader om dit te doen. Het kan een zekere gemoedsrust geven. Alleen: als het ver van je afstaat, ben je heel overtuigd. Komt het dichter dan blijkt het niet meer zo evident. Bij mij heeft de vraag zich uiteindelijk niet gesteld. Maar in mijn praktijk wel. Zo vaak heb ik voor patiënten het nodige in orde gebracht. Maar de aanvragen overtroffen ruim de uitvoeringen! Ze deden het niet. Ze gingen dood zoals ieder ander.”

“Zeg nooit tegen een patiënt te zeggen dat je hem begrijpt. Want dat doe je niet zolang je het niet zelf meemaakt.”

Rudy zit voor zijn ontslag uit het ziekenhuis al schandalig lang op de hoofdverpleger te wachten die ‘zo meteen nog eventjes langskomt met wat richtlijnen’ …
“15.16 uur: Aha, daar kondigt de verlossing zich aan! De hoofdverpleger? Nee hoor. Die kon niet komen, maar hij had een stagiaire in zijn plaats gestuurd. Ze had een voorschrift bij zich. De beloofde richtlijnen? Daarvan was opeens geen sprake meer. ‘Maar met dit document kunt u ook uw terugbetaling regelen,’ zei het vriendelijke juffrouwtje – wat achteraf niet bleek te kloppen. En trouwens, wat moest de apotheker met dit voorschrift aan? ‘Incontinentiemateriaal wegens urinaire incontinentie’ stond er. Welke maat? Welke dikte? Welke grootte? Wist ik veel! Ik was helemaal geen kenner ter zake. Nog niet”.
Uit: Kan keren

 

Zoek het maar uit
“Nadat Marleen Temmerman voor kanker aan de stembanden werd geopereerd, had zij het gevoel dat zij op de vraag ‘Wat nu?’ alles zelf moest uitzoeken. Ik deed bij haar ook mijn beklag over het feit dat ik na mijn ontslag met heel mijn incontinentieprobleem de woestijn werd ingestuurd. Of beter gezegd: naar de apotheker met een voorschrift voor incontinentiemateriaal waar hij al evenmin weg mee wist. ‘Gelukkig’ ben ik intussen expert ter zake geworden. Dit pas na heel veel scha en schande. Marleen en ik dachten dat wij als artsen verondersteld werden door onze behandelaars van het allemaal zelf wel te weten. Niet dus.
Om te beginnen weet je al helemaal niet in welke mate je met je problemen te kampen krijgt of hoe lang. Zo kan je bijvoorbeeld een klein beetje incontinent zijn en met een inlegkruisje geholpen. Maar het kan ook zoals bij mij: tot anderhalve liter lekkage per dag. Een fortuin aan pampers spendeerde ik. Of deze al dan niet door de mutualiteit werden terugbetaald, daar had ik het raden naar. De informatie die ik kreeg bleek fout.
Meer dan 400 dagen ‘gemarineerd’ in de voortdurend natte pampers. Ik werd er gek van. Humor wil bij mij wel eens helpen. Maar soms had ik het wel helemaal gehad. Wilde ik zo nog wel voortleven?”

Vijf opnames en vier operaties.
“Meer dan een jaar dag in dag uit in (doorweekte) luiers. Al in lockdown nog voor dé lockdown hot item werd voor alle burgers. Niet ziek zijn maar niet meer deelnemen aan het leven vanwege een ‘technisch’ mankement. Omdat iedere verplaatsing resulteert in de schande van een duidelijk zichtbaar natte jeans. Op advies van een pientere meedenker: altijd naar buiten gaan in een lange regenjas, dat onttrekt één en ander aan het oog. Geen (cultuur)kranten meer lezen om van de pijn van het moeten-missen gespaard te blijven. Relatie onder druk. Hoe aantrekkelijk kan een ‘ingepamperde’ liefdespartner nog zijn? Zelfs troostend lepeltje-lepeltje liggen in bed is onkies. Je bespaart je geliefde die kleffe natte pamper tegen zijn huid, toch?
Alles bij elkaar tikt dit stevig aan op de teller van de moraal! Gelukkig waren er altijd weer mensen om Rudy heen die hem hielpen de ‘kop boven water’ te houden. Zijn partner Daan, die tegen beter weten in zijn hand vasthield en zei dat alles weer goed zou komen. En zoveel anderen, nabije vrienden, verre mailcontacten, al dan niet gerenommeerde collega’s … ”
Rudy besluit een kunstsfincter, te laten plaatsen. Dit is een kunstmatige blaassluitspier die bij de man wordt ingeplant om urineverlies tegen te gaan. De plasbuis wordt volledig afgesloten. Om te plassen wordt de kunstsfincter geopend via een pompje.
Deze beslissing maakte eindelijk een eind aan de ‘natte’ lijdensweg van dokter Rudy. Wat de toekomst verder brengt dat ziet hij dan wel maar één ding is zeker: hij gaat ze ‘droog’ tegemoet!

Kan keren
Een arts wordt patiënt
Dr. Rudy Van Giel
Uitgeverij Borgerhoff&Lamberigts
192 blz. – 22,99 euro