Omgaan met chronische pijn: van lijder naar strijder
Professor Bart Morlion werkt sinds 1998 als ‘pijnbestrijder’ in het multidisciplinair pijncentrum in Leuven, Pellenberg. Eind 2025 verscheen zijn boek ‘Grip op je pijn’, een handleiding voor mensen met chronische pijn. In ons gesprek belichten we enkele van zijn bevindingen, hopelijk als smaakmaker om het boek zelf te lezen, want dat kunnen we niet genoeg aanraden.
Waarom schreef je dit boek?
Ik wil hiermee vooral een leidraad bieden voor mensen met chronische pijn. De visie dat chronischepijnpatiënten veel zelf kunnen doen om hun welzijn te verbeteren wint meer en meer veld. Dit boek wil hen daarbij helpen. Zie het als een praktische gids.
Je hebt allicht een grote evolutie gezien in de visie op chronische pijn en de aanpak ervan. Wat is de grootste verandering?
Er zijn steeds meer wetenschappelijke argumenten om aan te nemen dat de multidisciplinaire aanpak de juiste is. Dit betekent dat we chronischepijnpatiënten met een team van zorgverleners benaderen. Niet alleen artsen met diverse specialismen, maar minimaal ook een psycholoog, een kinesist, een sociaal werker en een ergotherapeut.
Die inzichten zijn er al lang, maar de omzetting is zo moeilijk omdat er nauwelijks financiële ondersteuning is. Heel wat artsen kiezen dan ook voor meer lucratieve technische behandelingen.
Zoals?
Medisch technische interventies, zoals infiltraties en operaties. We noemen dat nomenclatuurinteressante activiteiten, en helaas nemen die alsmaar toe.
Versta me niet verkeerd: soms zijn die interventies noodzakelijk, maar zeker niet altijd.
Bij de patiënten die wij over de vloer krijgen, hebben ze in ieder geval weinig verbetering gebracht en soms zelfs bijkomende schade aangericht. Ik moet er wel bij zeggen dat wij vooral patiënten zien bij wie het fout is gegaan. Ik hoop dat er ook vele anderen zijn.
“We wisten al langer dat eenzaamheid pijnklachten kan verergeren, maar pas recent werd aangetoond dat eenzaamheid, uitsluiting en pestgedrag echt fysieke pijn kunnen veroorzaken.”
Hoe komen patiënten hier terecht?
Altijd op doorverwijzing. De zorg moet gelaagd zijn. Op het eerste niveau heb je de zelfzorg, daarna de huisarts, tegenwoordig vaak omringd door een kinesist en psycholoog, wat ik een zeer goede ontwikkeling vind. En daarna komen wij, op vraag van een arts. Wij hanteren een voorrangsysteem naargelang de urgentie van de behandeling. Iemand met kankerpijn wordt onmiddellijk behandeld, terwijl iemand met lage rugpijn in de wachtrij komt.
Er zijn diverse soorten chronische pijn, wat je goed uitlegt in je boek. Worden al die soorten pijn hier behandeld?
Ja, maar elke arts heeft zijn specialisme. Ikzelf behandel vooral oncologische pijn en zenuwpijnen. Een revalidatiearts zal zich bijvoorbeeld meer toeleggen op rugpijn en fibromyalgie.
We maken een onderscheid tussen primaire en secundaire chronische pijn. Bij die laatste is er een duidelijk verband tussen een aandoening en de pijn, bij primaire pijn is er geen verband aan te tonen tussen een letsel en pijn. We denken hierbij onder andere aan lage rugpijn en nekpijn. In ons centrum is er veel aandacht voor primaire pijn, wat niet overal zo is. Het soort pijn waarmee we hier het meest te maken krijgen, is met stip lage rugpijn.
Is er een evolutie in het aantal chronischepijnpatiënten?
Eigenlijk niet. De cijfers van de laatste twintig jaar tonen een stabilisatie.
Wel is het zo dat wereldwijd een op vijf mensen aan chronische pijn lijdt en in België is dat zelfs een op vier.
Je pleit voor minder medisch-technische interventies, vooral bij primaire pijnpatiënten, maar meer aandacht voor levensstijl. Hoe ziet u dat?
In de medische wereld spreken we van low value care en high value care. Dat eerste betreft zorg waarbij de investering niet echt veel winst oplevert voor de patiënt. Bij high value care gaat het om investeringen die goed opbrengen voor de patiënt en die op termijn besparend werken voor de maatschappij. Het is aangetoond dat levensstijl veel hoger scoort dan wat artsen doen. Ik schrok daar niet van. Ik wist dat al lang, maar mocht het niet zeggen.
Veel te veel patiënten krijgen allerlei technische behandelingen die no value hebben, met andere woorden: niets uithalen. Een chirurg kan opereren op basis van één scan, zonder verder overleg met collega’s. Wij moeten multidisciplinair werken en beslissen, in nauw overleg met de patiënt, met aandacht voor zijn levensstijl. Dat kost veel tijd, maar levert meer winst op.
In levensstijl onderscheid je zes sleuteldomeinen: beweging, voeding, stress, slaap, mentaal welzijn en sociale verbondenheid.
Waarbij beweging de absolute nummer een is. Dat is wetenschappelijk bewezen, de effecten zijn overduidelijk. Bovendien kan je dat het makkelijkst zelf aanpakken.
Soms is het moeilijk om patiënten te overtuigen van het belang van beweging.
Je hebt de vermijders, mensen die elke pijn proberen te vermijden en bijgevolg weinig bewegen. Dat is nefast voor de spieren, die op die manier korter en lui worden.
Daar tegenover staan de inhalers. Zij overdrijven telkens wanneer ze zich iets beter voelen en moeten het dan achteraf bekopen. We noemen dat het zaagtandfenomeen.
De kunst is om een goed evenwicht te vinden in het bewegen: rustig beginnen en kleine stapjes vooruitzetten.
Voeding ligt jou ook nauw aan het hart …
Ja, dat heeft ook met persoonlijke interesse te maken. Ik ben zelf een foodie met een voorliefde voor gezonde voeding. Ik geloof dat wat je eet een invloed heeft op hoe je je voelt.
Ons huidig eetpatroon, met veel bewerkt voedsel, werkt ontstekingen in de hand. Er is ook aangetoond dat er een verband is tussen bewerkte roodvleesbereidingen en kanker. Ik ben zelf geen voedingsexpert, maar moet me wel verdiepen in dat domein, zoals in vele andere.
De WHO moedigt aan om meer plantaardige voeding te eten en minder bewerkt voedsel.
De nieuwe Belgische voedingsaanbevelingen van 2025 zijn wel erg streng – ik denk aan twee sneetjes salami per week – maar niettemin gestoeld op onderzoek.
Ik pleit voor een mediterraan eetpatroon met veel groenten, kruiden en olijfolie, aangevuld met extra vezels.
Wat het mentale aspect betreft, maakt de acceptance and commitment therapie (ACT) opgang. Wat betekent het precies?
We proberen de patiënt te doen inzien dat hij niet moet focussen op volledig pijnvrij worden, maar zijn toestand moet aanvaarden en zich moet toeleggen op wat hij nog wel kan en wat hij – door zelfzorg – nog kan doen om zijn levenskwaliteit te verbeteren.
Het vraagt een groot engagement van de patiënt. In plaats van een passief lijder willen we dat hij een actief strijder wordt.
En lukt dat doorgaans?
Niet bij iedereen. Er is nog een lange weg te gaan richting gezondheidsopvoeding. De samenleving helpt daarin niet echt. Wij hebben geen ministerie van Volksgezondheid, maar van ‘Reparatiegeneeskunde’.
De meeste patiënten houden vast aan oplossingsgericht denken. Ik heb een probleem, de dokter lost dat op voor mij. Zo is het niet.
Chronische pijn zet zich vast in het brein, is sterk verweven met emoties en omgeving, zaken die wij niet voor de patiënt kunnen aanpakken. Nogal wat patiënten moeten eerst crashen in dat verhaal om daarna tot andere inzichten te komen.
“Muziek beluisteren heeft een pijnstillend effect. Samen muziek maken is nog beter vanwege het verbindende effect.”
Je stelt wel wat eisen qua zelfzorg aan de patiënt.
Ja, sommigen vinden dat hard, maar ik geloof niet dat de patiënt altijd geholpen is met pampertherapie. De wachtlijst is zo lang, dan ga ik liever aan de slag met gemotiveerde patiënten.
Een voorbeeld: We weten dat er een direct verband is tussen overgewicht en kniepijn. Als een zware patiënt met een nieuwe knie na zes maanden helemaal niets aan zijn gewicht heeft gedaan, ondanks geboden hulp van een diëtist, dan heeft het weinig zin om verder te gaan. Hetzelfde geldt voor iemand die een been verloren heeft door roken en toch hardnekkig verder rookt. Als er geen motivatie is, heeft behandeling weinig zin.
Het domein sociale verbondenheid is iets wat pas de laatste jaren aandacht krijgt?
Dat is inderdaad het domein dat als laatste wetenschappelijk hard werd gemaakt.
We wisten al langer dat eenzaamheid pijnklachten kan verergeren, maar pas recent werd aangetoond dat eenzaamheid, uitsluiting en pestgedrag echt fysieke pijn kunnen veroorzaken.
Als je leeft met pijn is verbondenheid niet vanzelfsprekend. Je hebt de neiging om je terug te trekken uit het sociale leven omdat je het gevoel hebt een last te zijn. Toch is het iets waaraan je kan werken. Het hoeft niet altijd groot te zijn, verbondenheid op kleine schaal is ook waardevol. Ga na wie je energie geeft en probeer die contacten aan te halen.
Hoe sta je tegenover de zogenaamde mind-body-interventies? Ik denk aan yoga, ademhaling, mindfulness …
Het is zeker een goede aanvulling bij andere therapieën, vooral als het ook nog in groep gebeurt. Dan speelt ook het aspect sociale verbondenheid. Ik heb die activiteiten leren waarderen door mijn talrijke reizen in Azië. Daar zie je traditioneel grote groepen samen tai chi doen in een park. Tegenwoordig gebeurt het ook op hippere plaatsen, bijvoorbeeld in winkelcentra, en komen ook andere vormen van beweging aan bod, zoals line dancing. Samen bezig zijn kan erg heilzaam werken.
Ook samen muziek maken?
Zeker! Muziek beluisteren heeft sowieso een pijnstillend effect. Uit onderzoek blijkt dat je tot veertig procent minder morfine nodig hebt als je uit een operatie ontwaakt met een koptelefoon op waaruit aangename muziek klinkt. Oeroude instrumenten zoals klankschalen, didgeridoo en cymbalen zouden het meest rustgevend zijn.
Samen muziek maken – bijvoorbeeld in een koor zingen – is nog beter vanwege het verbindende effect.
Hoelang blijven patiënten doorgaans in behandeling bij jullie?
Dat verschilt. We streven ernaar om een zo kort mogelijke periode samen op weg te gaan en de patiënt daarna terug te brengen naar het niveau van zelfzorg en opvolging door eerstelijnszorg. Bij sommigen duurt dat enkele maanden, bij anderen een paar jaar. Sommige patiënten voelen zich gesterkt als ze nog contact kunnen houden, zij het sporadisch.
We moeten natuurlijk ook plaats maken voor nieuwe patiënten, want de wachtlijsten zijn lang.
Grip op je pijn. De meest effectieve strategieën om chronische pijn te verlichten
Geschreven door: Prof. Dr. Bart Morlion
Uitgeverij: Lannoo
256 blz. – 25,99 euro (e-book: 14,99 euro)

