Prof. Dr. Katleen Bogaerts over het belang van interdisciplinaire gezondheidszorg
Prof. dr. Katleen Bogaerts werkt aan het REVAL Psychophysiology Lab UHasselt. Daar onderzoekt ze de complexe relatie tussen psychologische en fysiologische processen. Of, anders gezegd, het verband tussen hoe we ons mentaal en fysiek voelen. Daar gaat in onze gezondheidszorg nog veel te weinig aandacht naar, vindt ze. "Ik heb soms het gevoel dat we een beetje in de middeleeuwen zitten."
Bogaerts is ook verbonden aan de KU Leuven als gastprofessor bij de Onderzoeksgroep Gezondheidspsychologie. Om haar onderzoek in de praktijk te brengen, richtte ze Tumi Therapeutics op, een interdisciplinair expertisecentrum voor de preventie, diagnostiek en behandeling van hyperventilatie, stressgerelateerde aandoeningen en aanhoudende lichamelijke klachten.
Het woord dat het vaakst valt tijdens ons gesprek is eenzaamheid. De eenzaamheid van pijnpatiënten op zoek naar antwoorden en de eenzaamheid van een academisch buitenbeentje, zoals Bogaerts zichzelf omschrijft. “Ik heb altijd met één been in het een en één been in het ander gestaan. Ik ben geïnteresseerd in psychologie én geneeskunde, omdat ik heel sterk geloof dat een verbindende, interdisciplinaire aanpak de toekomst moet zijn.”
Kan je wat meer vertellen over je onderzoek?
“Ik ben klinisch psycholoog en erkend gedragstherapeut van opleiding. Mijn doctoraat deed ik in Leuven rond alles wat met aanhoudende lichamelijke klachten te maken heeft, waar ik nog steeds onderzoek naar doe.”
“Aan de UHasselt ben ik in de Faculteit Revalidatiewetenschappen verantwoordelijke voor de leerlijnen Pijn, Geestelijke Gezondheidszorg en Communicatie. In ons wetenschappelijk onderzoek proberen we heel sterk interdisciplinair te werken, want dat is nodig voor het type problematieken dat we beter willen begrijpen. Het mooie bij REVAL is dat we effectief samenwerken met kinesitherapeuten, psychologen, artsen en andere disciplines.
We doen vooral onderzoek naar aanhoudende lichamelijke klachten, zoals chronische pijn en vermoeidheid.”
"Ik vind dat een belangrijke boodschap, dat wij effectief zien dat er dingen mis zijn in het lichaam."
Tot welke inzichten zijn jullie al gekomen?
“We zien veel overlap in klachtpatronen tussen bijvoorbeeld patiënten met fibromyalgie en patiënten met het prikkelbaredarmsyndroom. Vaak hebben mensen last van beide problematieken. Ook tussen fibromyalgie en het chronischevermoeidheidssyndroom (ME/CVS, red.) is er in zeker 80 procent van de gevallen overlap.”
“We merken dat er duidelijk transdiagnostische mechanismen (onderliggende factoren die een specifieke klacht of stoornis overstijgen, red.) zijn. Dat is heel belangrijk om mee te nemen in de gezondheidszorg. We moeten minder in vakjes denken, want het is geen of-of-verhaal. Het is een complexe multi-systeemproblematiek: verschillende aspecten spelen een rol en die manifesteren zich op diverse manieren.”
“Onze resultaten tonen bij patiënten met fibromyalgie en prikkelbare darm ontregelingen aan in de ademhaling, het autonome zenuwstelsel (reguleert automatische lichaamsfuncties zoals de hartslag, red.) en het centrale zenuwstelsel (bestaat uit hersenen en ruggenmerg, red.) vergeleken met gezonde controleproefpersonen.”
“We zijn momenteel bezig met de verwerking van de resultaten van een grootschalige CVS/ME-studie waarin we de verbanden onderzochten tussen de stressfysiologie, het microbioom, systemische inflammatie, hersenfunctionaliteit en vermoeidheidsklachten. Uit de eerste data blijkt onder andere een verhoogde systemische inflammatie vergeleken met gezonde personen. Ik vind dat een belangrijke boodschap, dat wij effectief zien dat er dingen mis zijn in het lichaam. Ik zie dagelijks patiënten die jammer genoeg worstelen met die erkenning.
In een nieuw opgestarte onderzoekslijn willen we verder post-exertionele malaise (PEM) onderzoeken in CVS/ME en postcovidsyndroom en de klinische implicaties voor revalidatie.
Opvallend is dat we zowel bij patiënten met CVS/ME en fibromyalgie als bij patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn zien dat ze vaker last hebben van hyperventilatie dan gezonde personen.”
Hoe verklaar je dat?
“Er zijn meerdere verklaringen mogelijk, maar de link met chronische stress is wel één die heel sterk naar voren komt. Stress is iets dat je heel breed moet definiëren, dat kan psychologische of fysieke stress zijn of dat kunnen dingen zijn die je hebt meegemaakt in je leven.”
“We zien bijvoorbeeld bij patiënten met lage rugpijn, fibromyalgie, CVS/ME en prikkelbare darm dat moeilijke ervaringen in de kindertijd vaker voorkomen dan bij gezonden en vergelijkende patiëntgroepen. In sommige onderzoeken blijkt dat bijna de helft van de patiënten daarmee te maken heeft gehad. Zo”n ervaringen kunnen het stresssysteem blijvend ontregelen.”
“Er is meer en meer onderzoek dat aantoont dat chronische stress een invloed heeft op het immuunsysteem, het endocriene systeem (het hormoonstelsel, red.) en op het autonome en centrale zenuwstelsel. We merken dat de hersenactiviteit ontregeld is bij patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten. Hun pijnverwerking verloopt anders.”
“Je kan een acute hyperventilatie-aanval hebben, maar bij Tumi zien we vaak ook patiënten die niet eens doorhebben dat ze aan het hyperventileren zijn. Hyperventilatie wil gewoon zeggen dat het CO2-gehalte in je bloed laag wordt, waardoor je bloedvaten vernauwen. Daardoor kan je allerlei lichamelijke klachten ervaren, die herkenbaar zijn voor deze patiënten.”
Hoe hoop je dat die inzichten patiënten met pijn- en vermoeidheidsklachten kunnen helpen?
“In onze gezondheidszorg wordt er nog sterk in vakjes gedacht. Wij weten dat dit soort problematieken multifactorieel is, waarbij je over de hokjes heen moet kijken. Dat is de reden waarom wij interdisciplinair werken. Er ontstaat vaak een sterk discours over of een klacht psychisch of lichamelijk is. Ik hoop met heel mijn hart dat we met dit soort onderzoek daar eindelijk van af kunnen stappen. Want het helpt niks of niemand om het zo zwart-wit voor te stellen.”
“Uiteindelijk zien we bijvoorbeeld telkens opnieuw dat stress een gigantische lichamelijke impact heeft, die je lijf echt kan veranderen. Je kan dus niet zomaar zeggen dat er iets mis is met je hormonale waarden zoals cortisol, zonder dat je ook begrijpt dat dit een eindproduct is van het stresssysteem. Ik vind het belangrijk dat mensen dat meer als een geheel gaan bekijken, zonder dat het een woordenstrijd hoeft te worden.”
“In een volgend onderzoek gaan we verder kijken naar het microbioom (de darmflora, red.), om de relatie tussen de hersenen en de darmen bij pijnpatiënten beter te begrijpen. Ook mitochondriale gezondheid is iets dat we willen meenemen, om de rol van de bloed-hersenbarrière (de grens tussen de bloedvaten en het centrale zenuwstelsel, die de hersenen beschermt tegen ongewenste stoffen, red.) beter te begrijpen. Dat zijn eigenlijk allemaal biomedische begrippen, maar het wordt vooral interessant als je ze in een interdisciplinaire context kunt onderzoeken.”
“Ik denk ook dat we moeten gaan naar meer personalised medicine (gepersonaliseerde geneeskunde, red.). Daarbij moeten we zoeken naar de puzzelstukken en de onderliggende mechanismen bij een specifiek persoon en in functie daarvan behandelen op basis van wat we evidence-based weten wat hiervoor werkt. Als iemand bijvoorbeeld misbruik of een traumatische ervaring in de kindertijd heeft meegemaakt, dan is het belangrijk dat dat ook meegenomen wordt in het verhaal. We moeten af van denken in termen van eenheidsworst, want alles werkt niet voor iedereen.”
"We merken dat de hersenactiviteit ontregeld is bij patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten. Hun pijnverwerking verloopt anders."
Heb je advies voor patiënten die met zo'n complexe problematiek worstelen?
“Het is vooral belangrijk dat mensen beseffen dat de pijn en de vermoeidheid echt zijn. We hebben ondertussen al veel meer inzicht in alle ontregelingen en wat er allemaal aan de hand is in het lichaam. Ik zou de mensen dus vooral willen vragen om de hoop niet te verliezen. Er gebeurt steeds vaker interdisciplinair onderzoek en er is van alles aan het bewegen.”
Tot slot: wat drijft u in uw zoektocht naar antwoorden en oplossingen?
“Ik ben niet gewoon onderzoeker geworden om onderzoek te doen. Dit onderwerp grijpt me aan, omdat ik zie dat mensen een betere levenskwaliteit kunnen krijgen ondanks het onbegrip dat er nog heerst over hun aandoeningen. Het maakt patiënten vaak eenzaam. Ze gaan eens naar een arts, naar een kinesist en een psycholoog, die vaak totaal niet van elkaar weten wat ze aan het doen zijn. Dat is in mijn ogen niet interdisciplinair. Bij Tumi benaderen we het vanuit een gemeenschappelijk, wetenschappelijk kader en staan samen als een team achter een patiënt.”
Mensen zijn vaak geneigd om een quick fix te zoeken voor een probleem. Dat is iets dat onze gezondheidszorg nog altijd tekent. Maar het is zo belangrijk om het hele verhaal, in al zijn complexiteit, mee te nemen. Enkel zo kunnen patiënten efficiënt en duurzaam herstellen.”
Wij merken dat aanhoudende klachten onder andere te maken hebben met de manier waarop de hersenen signalen vertalen en dat stress een belangrijke rol speelt. Het is soms een uitdaging om dat over te brengen aan patiënten, omdat ze de intentie verkeerd begrijpen. Het is niet omdat een stressfactor een rol speelt dat het daarom niet echt is. Ik hoop dat die stigmatisering eruit gaat.”
Deze problematieken vallen niet binnen de gekende organische ziekten en het zijn geen psychiatrische aandoeningen. Door onze taal ontkennen we eigenlijk een problematiek die ons allemaal kan overkomen, maar waarvoor we geen woorden hebben op dit moment. Het voelt soms alsof de kennis die we nu hebben over het centrale zenuwstelsel en symptoomperceptie eigenlijk een beetje een nieuw wereldbeeld vormt. Voordat we wisten dat de aarde rond de zon draait, dachten we allemaal nog dat de zon rond de aarde draaide. De manier waarop we nu naar lichaam en geest kijken, is op een gelijkaardige manier allang achterhaald en toe aan verandering. Ik hoop dat ik mee een steentje kan verleggen in dat proces.”

